Manifest eerlijke griffierechten

Manifest eerlijke griffierechten 23 januari 2018

Eind juni 2017 is de evaluatie van de Wet griffierechten in burgerlijke zaken (Wgbz) afgerond en zijn de uitkomsten daarvan met ondermeer de professionele partijen in de markt gedeeld. De uitkomsten van het WODC ( het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum van het Ministerie van Justitie en Veiligheid) en de Raad voor de Rechtspraak waren naar de mening van de opstellers van dit manifest voorzienbaar.

Doelstelling en waarborgen van de wet griffierechten niet gehaald

De belangrijkste doelstelling van de Wgbz was een vereenvoudiging van het stelsel van griffierechten in civiele zaken. Twee waarborgen waren daarvoor essentieel 1.) De toegang tot de rechter moest gewaarborgd blijven en 2.) De inkomsten uit de griffierechten dienden in lijn te blijven met de kosten van de rechtspraak. De veronderstelde vereenvoudiging blijkt beperkt behaald te zijn als gevolg van de ingevoerde “betaling aan de poort” nu reeds bij aanvang van de procedure de griffierechten voldaan dienen te zijn. Aan de gestelde waarborgen is niet voldaan !

Toegang tot het recht geblokkeerd voor MKB

De griffierechten zijn het sterkst gestegen in de categorie handelszaken met een financieel belang tussen de € 500,- en € 5000,-. Voor een vordering van € 510,- moet een ondernemer maar liefst € 470,- aan griffierechten betalen. De wijziging van het stelsel heeft ertoe geleid dat MKB’ers steeds vaker, vanwege het kostenrisico, moeten afzien van een rechtsgang. Daardoor staat de toegang tot het recht voor deze belangrijke doelgroep ernstig onder druk. Het rapport toont aan dat na invoering van de Wgbz er 20% minder handelszaken zijn aangebracht. Dat had als gevolg dat het aantal afgeboekte facturen van 50.000 in 2013 is gestegen naar 130.000 in 2015 waarbij het schadebedrag ten laste van het MKB is verhoogd van € 5 miljoen naar € 45 miljoen (bron: Miljoenenschade door oninbare facturen FD 25 november 2015) Daarnaast is het effect ontstaan dat er voor miljarden aan onbetaalde rekeningen wordt afgeschreven. In 2010 was dit reeds € 15 miljard (bron: Eindrapport: Evaluatie van de wanbetalersregeling “Kort op de bal”, 2011). In het regeerakkoord is ingezet op een maatschappelijk effectieve rechtspraak. Deze noodzakelijke effectiviteit is evenwel ernstig onder druk komen te staan omdat het innen van relatief kleine bedragen voor ondernemers een te hoog kostenrisico oplevert. Dit is een ontwikkeling die zorgen baart. Als bedrijven niet meer naar de rechter stappen om kleinere geldvorderingen te verhalen omdat de kosten daarvan te hoog zijn, dan kan dat leiden tot ontduikend gedrag, omdat de stok achter de deur in toenemende mate ontbreekt. Dat kan vooral voor kleinere bedrijven en zzp’ers betekenen dat zij meer met niet betalende klanten worden geconfronteerd en dat kan hen in de nog steeds lastige economische tijden net over een kritische grens duwen en tot faillissementen leiden. De voorzienbare gevolgen voor de door het MKB geboden werkgelegenheid zijn in die context evident.

 

Bron VCMB, lees hier verder