Incassobrief: 14 dagen is 14 dagen netto, dus ietsje langer!

Incassobrief: 14 dagen is 14 dagen netto, dus ietsje langer! 25 november 2016

Op 25 november jl. is een belangrijk prejudicieel arrest gewezen over de incassokostenbrief (de veertiendagenbrief) (https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2016:2704). Het arrest gaat over de inning van incassokosten. De wet bepaalt dat incassokosten niet zomaar kunnen worden geïnd, maar dat de incassokosten eerst moeten worden aangezegd in een zogeheten veertiendagenbrief. In deze brief wordt de consument-schuldenaar (de wet gaat alleen over wanbetalende consumenten) een termijn van veertien dagen netto gegeven om alsnog te betalen. Doet hij dat, is hij geen incassokosten verschuldigd. Wel de rente en de hoofdsom, uiteraard. Ik laat eerst de Hoge Raad aan het woord:

"Met inachtneming van het voorgaande en mede gelet op de strekking van de veertiendagenbrief om consumenten te beschermen, zal in de regel niet onbegrijpelijk zijn dat in verstekzaken tot uitgangspunt wordt genomen dat de brief op de tweede dag na verzending is bezorgd, waarbij een zondag, maandag of officiële feestdag niet meetellen als tussenliggende dag of dag van bezorging."

"Indien wel de betalingstermijn van veertien dagen is vermeld, maar een te vroege dag van aanvang of van einde van die termijn is aangewezen, dan wel daaromtrent verwarrende of misleidende informatie wordt gegeven, voldoet de brief niet aan de eisen van art. 6:96 lid 6 BW. Zo is de vermelding dat betaald moet worden “binnen veertien dagen na heden” of “binnen veertien dagen na verzending van deze brief” in strijd met de eis dat de schuldenaar in ieder geval een betalingstermijn van veertien dagen, aanvangende de dag na ontvangst van de aanmaning, gegeven moet worden (zie hiervoor in 3.4). Het moet de schuldenaar dus duidelijk zijn dat hem die volle wettelijke termijn van veertien dagen ter beschikking staat. De inhoud van de veertiendagenbrief mag bij de schuldenaar niet de onjuiste indruk wekken dat hij de incassokosten al verschuldigd wordt op een datum waarop in werkelijkheid de wettelijke termijn van veertien dagen nog niet is verstreken.

De formulering dat incassokosten verschuldigd worden indien niet betaald is “binnen veertien dagen vanaf de dag nadat deze brief bij u is bezorgd” of “binnen vijftien dagen nadat deze brief bij u is bezorgd” voldoet dus wel aan de wettelijke eisen. Opmerking verdient overigens dat het schuldeisers vanzelfsprekend vrijstaat, mede ter voorkoming van het risico dat de aanmaning vanwege een onzuivere formulering zonder gevolg blijft (zie hierna in 3.6.2), een langere termijn dan de wettelijke termijn van veertien dagen te geven, bijvoorbeeld betaling “binnen drie weken n adat u deze brief heeft ontvangen”."

"Ook indien de consument-schuldenaar weliswaar voor het verstrijken van de termijn betaalt, maar slechts een deel van het door hem verschuldigde, is hij een forfaitaire vergoeding voor incassokosten verschuldigd. Het strookt echter met het consumentenbeschermende karakter van de wettelijke regeling om in dat geval de hoogte van de verschuldigde incassovergoeding, met inachtneming van de regels van het Besluit, te bepalen op basis van de hoogte van het niet (tijdig) betaalde gedeelte van het in hoofdsom verschuldigde."

Van belang is dat dit arrest is geschreven in een zaak waarin de wanbetaler een consument is. De Hoge Raad benadrukt aan hand van de wettekst van art. 6:96 lid 6 BW dat de veertien dagen aanvangen op de dag volgend na de ontvangst van de brief. Wordt de brief per post verstuurd moet dus in ieder geval 16 dagen in acht worden genomen: "betaling dient plaats te vinden uiterlijk 16 dagen na dagtekening van deze brief". Wordt de aanmaning per e-mail verstuurd (daarover laat de Hoge Raad zich niet in directe bewoordingen uit, maar e-mail, sms en whatsapp (handig met die blauwe vinkjes) voldoen ook aan het schriftelijkheidsvereiste), moet toch ook in ieder geval 15 dagen in acht worden genomen. Ik vind elektronische communicatie in deze wel fijn, omdat de foutmarge in bezorging (in ieder geval gevoelsmatig) lager is.

Spannend in dit kader is de "out-of-office"-melding. Wat nu als ik een e-mail stuur op 25 november 2016 met de tekst: "Betaling binnen 16 dagen na dagtekening van deze e-mail, anders maak ik aanspraak op de incasskosten à € [bedrag]." en ik krijg een out-of-office met de melding: "Wegens vakantie afwezig; op 12 december 2016 ben ik terug. Uw e-mail wordt niet gelezen en evenmin doorgestuurd."? In een eerder arrest (het Centavos-arrest uit 2014, dat ook in dit arrest wordt genoemd) overwoog de Hoge Raad dat de mededeling moet zijn ontvangen door de schuldenaar op een adres dat hij vaker gebruikte. De afwezigheid zou in dat kader naar mijn mening voor rekening van de schuldenaar moeten komen. Immers, als de brief per post of per deurwaardersexploit wordt gestuurd en bezorgd, maar de schuldenaar is niet thuis, komt dat ook voor zijn rekening en risico. Maar daar is het laatste woord - denk ik - nog niet over gezegd.

Op de incassoafdeling van het kantoor waar ik werk, hanteren we in beginsel 18 dagen en zitten we dus in beginsel goed. Het kleine risico dat we nemen is te overzien. Om bewijstechnische redenen (ga maar eens bewijzen wanneer de brief precies is ontvangen) heb ik geen voorkeur voor de zinsnede "uiterlijk 14 dagen na ontvangst van deze brief".

Het Hof Den Haag heeft in 2014 een arrest gewezen, waarin het overwoog dat als de termijn te kort was, maar de schuldenaar ook niet binnen de termijn die gegeven had moeten worden, betaalt, het gebrek in de veertiendagenbrief geheeld wordt. De Hoge Raad neemt daar scherp afstand van: een brief die niet voldoet, voldoet niet en leidt niet tot verschuldigdheid van incassokosten. Dit oordeel lijkt mij in lijn met de ambtshalve toetsing van consumentenrecht.

Wat te doen? Als het fout is gegaan en je wilt aanspraak maken op de incassokosten (die afhankelijk van de hoofdsom tussen € 40 en € 6750 ligt), moet een nieuwe "veertiendagenbrief" worden gestuurd. Ga dan veilig zitten en neem een termijn van bv. drie weken.

Zoals ik hierboven al schreef, gaat dit arrest uitsluitend over de wanbetalende consument. Wat te doen met de wanbetalende onderneming? In het Rapport BGK Integraal - een rechtersrapport over juridische onderwerpen over incassokosten - overwegen de rechters dat de normen in de wet overeenkomstig worden toegepast op wanbetalende ondernemingen.

Kortom: ook naar hen moet de veertiendagenbrief met een langere termijn dan 14 dagen worden gestuurd. Vergeet dan niet aanspraak te maken op de invorderingskosten van € 40,-- die de wet in artikel 6:96 lid 4 BW sowieso aan de schuldeiser van een wanbetalende onderneming toekent.

DelenIncassobrief: 14 dagen is 14 dagen netto, dus ietsje langer!

Bron: LinkedIn ; Jan Spanjaard